ISO certificering en kwaliteit

Iedereen kent wel de term ISO-gecertificeerd. Een bedrijf dat gecertificeerd is volgens ISO heeft het bewijs in handen dat volgens vaste afspraken en methodes (volgens de eisen van de ISO norm) wordt gewerkt. En dat bewijs is geleverd door een onafhankelijke instelling.
 
Er zijn heel veel definities van kwaliteit maar één van de betere is: de klant (maar ook je collega) behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden! En wanneer je dat doet volgens vooraf gemaakte afspraken en daar vooral duidelijk over bent, is kwaliteit eigenlijk helemaal niet moeilijk maar juist vanzelfsprekend.
 
Het belangrijkste voor een gecertificeerd bedrijf is: Laat niet het kwaliteitssysteem ‘de wet voorschrijven’ maar gebruik het om duidelijke richtlijnen en afspraken te maken waar iedereen (werknemers én klanten) profijt van heeft. Procedures zijn toch niets anders dan door uzelf gemaakte afspraken!
 
Het is níet zo: we zijn gecertificeerd en dus leveren we kwaliteit. Het moet andersom zijn: we leveren kwaliteit en dus hebben we ons certificaat verdiend! Een certificaat behalen is niet zo moeilijk, het certificaat behouden is eigenlijk veel moeilijker. Het is nl. niet meer zoals vroeger wel eens werd gedacht: je certificaat behalen en daarna kun je achterover gaan leunen. Nu moet je als bedrijf écht laten zien wat je in huis hebt en bewijzen dat je continu je ‘processen’ aan het verbeteren bent.
 
Dat gebeurt tijdens de jaarlijkse audits van de certificerende instelling en natuurlijk tijdens de interne audits die het bedrijf zelf uitvoert. Het woord audit staat voor ‘kijken’. En dat is precies wat een auditor (degene die de audit uitvoert) doet: kijken óf en hóe in de praktijk wordt gewerkt volgens de afgesproken procedures. Maar er wordt ook gekeken of er gewerkt wordt aan verbetering: bv. wordt er efficiënter gewerkt, wordt het aantal klachten verminderd, is er minder uitval / afval enz.
 
En zo blijft een kwaliteitssysteem ‘levend’ zijn en zal het meegroeien met een bedrijf en haar medewerkers!